Struyk Verwo Infra

Nieuws

5 vragen aan… Albert Martinus over de nieuwe bestratingsrichtlijn

Overig

Bestratingsbedrijven kunnen zich sinds vorig jaar laten certificeren volgens de nieuwe richtlijn Straatwerk. Initiatiefnemer is de Vereniging Modern Straatwerk (VMS). Lid Albert Martinus,
directeur van Lindeloof b.v., legt uit. 

Waarom deze certificering (er zijn toch al kwaliteitsnormen
van de SEB en richtlijnen vanuit de RAW-bepalingen)?

Albert Martinus: ‘De SEB en RAW-bepalingen zijn in onze ogen goede richtlijnen. De BRL 9334 is bijvoorbeeld voor 90 procent gebaseerd op de SEB en getoetst aan de RAW-richtlijnen. Maar deze richtlijnen waren in onze ogen niet volledig. Het beoordelingssysteem voelde een beetje als een slager die zijn
eigen vlees keurt. Onze nieuwe richtlijn is KOMO-gecertificeerd en volledig onafhankelijk, een private kwaliteitsborging. Hierdoor kan
de branche zich beter profileren als een branche die kwaliteit in product, proces en opleiding voorop zet.’

Wat kan de opdrachtgever verwachten van een
gecertificeerd bedrijf?

‘Dat hij samenwerkt met een duurzame onderneming met een focus op elementenverharding. Duurzaam in werkwijze, maar vooral ook duurzaam in levensduur van geleverde producten. Wat heb je aan een product als je het na een paar jaar alweer moet vervangen? In de afgelopen jaren is de focus te veel op prijs komen te liggen en daardoor werd vaker gekozen voor een goedkopere oplossing. Misschien ben je met kwaliteit op het eerste oog niet altijd voordeliger uit, maar als je kijkt naar life cycle costing waarschijnlijk wél. In Nederland is er ontzettend veel ondergrondse infrastructuur, dat maakt elementenverharding zo belangrijk in een vitale leefomgeving.’

Wat kenmerkt de bedrijven die een certificaat behaald hebben?
‘Dat ze kunnen aantonen dat ze doelmatig leggen volgens onze richtlijnen. Dat ze vakmanschap tonen, beschikken over de technische kennis, vooral de gevraagde kwaliteit leveren en dat ook nog eens doen zonder te veel overlast voor de burgers. De BRL schrijft ook voor dat bedrijven uitsluitend werken met opgeleide mensen. We willen echter niet oudere werknemers uitsluiten. Daarom geven we bedrijven twee, drie jaar de tijd, zodat zij hun medewerkers zonder de benodigde certificaten alsnog een aangepaste opleiding kunnen laten volgen. De beoordelingsrichtlijn is geen statisch document, maar kan worden aangepast naar aanleiding van geluiden uit de praktijk. Zoals in dit geval op het gebied van opleiding, maar bijvoorbeeld ook over de wijze van inknippen of afzanden.’

Hoe ziet de toekomst van het straten maken eruit?
‘Door de opkomst van robotica wordt het werk breder toegankelijk. Het zware werk wordt steeds vaker overgenomen door machines, waardoor de branche beter toegankelijk wordt voor o.a. ook dames. En ook aantrekkelijker wordt: we merken een toenemende interesse vanuit het onderwijs. Uiteindelijk levert dat ook betere producten op.’

Waar zou in de keten nog verder aandacht aan besteed moeten worden voor goed modern straatwerk?
‘Ondernemers mogen meer eigenwaarde tonen. Wij zijn zakelijke partners van onze opdrachtgevers, dat betekent dat we best eens “nee” mogen zeggen tegen een opdracht. Bijvoorbeeld als het gaat om werkzaamheden bij een drukke verkeerssituatie, waarbij de veiligheid in gevaar komt. Door de afspraken in de BRL maken we van de branche een verzameling van gelijkgestemden. We mogen trots zijn op ons werk!’